zondag 15 juni 2014

Burgerlijke wurggreep.

Na de aanschaf van twee vlaamse reuzen, een volgend project. Momenteel ben ik de trotse bezitster
van een heuse seizoenplek op een camping. Nog geen twintig minuten rijden van ons huis. Wie had dat gedacht? Waar is het mis gegaan? Hoe heeft het zover kunnen komen? In mijn stoutste dromen heb ik mij nooit zo'n burgerlijk feit kunnen voorstellen. De hele wereld ligt aan mijn voeten. Een wereld die zoveel te bieden heeft. Oneindig veel stranden, tropische oorden om te ontdekken. De burgerlijkheid heeft mij, als een sluipmoordenaar, bij de keel gegrepen. Toen ik even niet oplette sloeg hij toe. Deze zomer loop ik, met een wcrol onder mijn arm, naar het toiletgebouw. Was ik dagelijks mijn gebloemde plastic borden af. Maak ik praatjes met burgerlijke types. Maar ondanks dat houd ik stand. Ik voel zijn handen om mijn keel geklemd, snak naar adem, maar blijf weerstand bieden. Want nee, mij zie je deze zomer niet op die plastic klompen rondlopen. Hoewel die dingen op de camping misschien nog steeds in de mode zijn. Aan die mode grillen doe ik niet mee. Ik weiger het. Als ik de keuze moest maken. Die klompen of mijn leven. Dan zou dit wellicht het laatste zijn dat ik zal typen.
Ja ik dramatiseer weer eens een beetje. Het is zo'n gek plekje nog niet. Op vier kilometer van het strand, aan de ijzige koude Noordzee, midden in het bos geniet ik. Het is wel niet de prachtige azuurblauwe Middellandse zee, maar goed de kinderen kennen het verschil niet. Die zie ik de hele dag niet. Struinen de camping over. Emily op haar roze plastic klompen, die zij draagt alsof het de muiltjes van Assepoester zijn, wil niets liever meer dan naar de camping gaan. De kinderen pronken ermee. Zijn zo trots op ons huisje in het bos. Het is dan wel een burgerlijk iets, toch brengt het me een beetje terug naar mijn roots. Want ja ons huisje heeft ook wielen. Zo leef ik als een zigeunerinnetje buiten. Kook ik buiten, eet ik buiten, doe ik de afwas buiten. Eigenlijk doen we daar alles buiten. Wat moet dat heerlijk zijn geweest. Het leven van mijn voorouders. Trekkend van plek naar plek. Altijd in de buitenlucht. Kampvuur aan, dansen en zingen. Wat een feest. Gelukkig staat onze vouwwagen op een vaste plek. Zodat ik niet van plaats naar plaats hoef te trekken. Want ja dat is toch niet echt mijn ding. Dat komt waarschijnlijk door de wurggreep, van de burgerlijkheid, waar ik me momenteel in bevind.
Met dit in mijn gedachtes geniet ik intens van mijn met modderbesmeurde kinderen. Glimlach ik om de kleding die niet meer schoon te krijgen is. Mijn vriendinnen waaien aan. Want ook hun kroost wil lekker in de modder ploeteren. Zo gaan de dagen voorbij. Heerlijk kletsend vanuit mijn luie stoel. Word ik wakker samen met Ullie de uil. De mascotte van de camping. Onder lichte dwang van dochterlief huppelen we in de ochtend naar die uil. Maken we een dansje en geven we Ullie een knuffel.  Tussen dat alles in blijf ik mij verdiepen in de Nederlandse letterkunde. Samen met Harry Mulisch laat ik het camping leven over me heen komen. Zit ik met een literair hoogstandje van de grootmeester voor de vouwwagen. Wat een heerlijkheid. Als dit geen vonkje is!

Het begon op een zonnige zaterdagmiddag, de lente was met een grandioze spagaat uit de coulissen te voorschijn gesprongen, de ramen waren opgeschoven en zachte lucht vulde de kamer.
-Harry Mulisch uit de" Ontdekking van de hemel"

Liefs Priscilla

2 opmerkingen:

  1. Niet burgerlijk maar inspirerend. Dank je wel.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Arlinde.

      Dank je voor je reactie.
      Nee het is zo naar nog niet.
      Een heerlijk plekje.
      Liefs Priscilla

      Verwijderen