vrijdag 5 september 2014

Knikkende knieën

Nog even wrijf ik met mijn hand over de koude ijzeren beugel. Met een ferme klik valt hij in de
vergrendeling. Hoe ben ik op deze plek beland, vraag ik me af. Ik slik en kijk opzij. Pff wat een opluchting Jonathan zit in het zitje naast me. Met mijn hand pak ik de zijne beet. Besef me dat mijn handen klam zijn van het zweet. Voel zijn vingers zich verstrengelen met die van mij. Hij knijpt even stevig in mijn hand. Alsof hij wil zeggen: rustig maar het komt wel goed lieverd. Echter woorden komen er niet over onze lippen. We concentreren ons op wat er komen gaat.
Ik voel de karretjes in beweging komen. De tranen staan in mijn ogen. Bijtend op mijn lippen, trillend van paniek, laat ik het over mijn heen komen.
Tik tik tik tik tik tik, het treintje gaat omhoog. Heel langzaam worden we omhoog getrokken. Ik sluit mijn ogen. Vind het te spannend. Als er iets is waar ik niet tegen kan is het de spanning van een achtbaan. Tik Tik Tik nog even en we zijn op het hoogste punt. Voor ik het kan beseffen donderen we naar beneden. Voordat we volledig in de afgrond zijn gestort volgt er een scherpe bocht naar rechts. Ik wil schreeuwen en gillen, echter bij gebrek aan lucht, blijft al het geluid steken ergens achter in mijn keel.

Als stoer meisje liep ik met petjes en trainingspakken. Had ik een grote scheur en een nonchalant loopje. Probeerde ik over te komen alsof ik de wereld aan kon. Alsof niets mij enige angst kon inboezemen.
Zo kalm mogelijk stapte ik in achtbanen. Met een hart dat klopte in mijn keel, knieën die knikte, mocht niemand merken dat ik doodsangsten uitstond. Want dat paste niet bij mijn haar stoere imago.

Nu in dit seizoen voel ik me als dat kleine meisje.
In een karretje gestapt, lichtelijk geduwd, heb ik geen idee waar deze reis naar toe gaat.
Hoeveel loopings, scherpe bochten en duikvluchten de diepte in, er nog gaan komen.
Het grote verschil, met dat kleine meisje is, dat nu mijn grote liefde aan mijn zijde zit. Zijn ogen twinkelen bij elke bocht en geen looping is hem te heftig. Hij slikt hier en daar. Wanneer je goed kijkt zie je zijn borstkas in rap tempo op en neer gaan. Maar hij heeft het onder controle. Hij multitaskt erop los en geniet van de kriebels in zijn buik. Tussen alles door vindt hij tijd om zijn meisje gerust te stellen. Zijn meisje die doodsangsten uitstaat en niet goed tegen al die onzekerheden kan.
Echter wanneer ik in zijn liefdevolle blauwe ogen kijk. De ogen die maakte dat ik opslag verliefd was. Dan weet ik dat alles goed zal komen. Dat er een dag komt dat ik sta te springen om een ritje met de achtbaan te maken. Nou ja dat is wat overdreven.

Maar er ligt een hoopvolle toekomst voor ons. Er is een dag dat we uit de achtbaan stappen. Lichtelijk tollend op onze benen komen we langzaam tot rust. Ademen we in en uit. Pakken opnieuw elkaars handen beet en voelen de vrede op ons neerdalen. Te midden van gillende kinderen, afspraken, kooksels, boodschappen, bergen wasgoed en autoritjes ervaren we rust. Lachen we hard en kijken terug. Komen we tot de conclusie dat alles altijd opnieuw weer op zijn pootjes terecht komt.

We may not have it all together,
But together we have it all.

Liefs Priscilla


1 opmerking: