woensdag 24 december 2014

Stationshal

Nog een paar treden te gaan. Mijn kuiten doen pijn. Wat een klim. Deze lange smalle trap vraagt het
uiterste van me. Langzaam voel ik een zweetdruppel over mijn rug naar beneden glijden. Met de  bevuilde mouw van mijn jas, veeg ik  zweet van mijn voorhoofd. Vlak voor ik boven ben, draai ik mijn hoofd om. Nog eenmaal kijk ik naar beneden. De duisternis in. De trap is zo stijl en hoog, dat ik met geen mogelijkheid, vanaf hier boven, het begin ervan kan zien. Nog een klein stukje en dan ligt deze reis achter me. Ik stap verder. Voel mijn spieren branden, maar stap door.

Ik zie de enorme hal voor me opdoemen. Een prachtige stationshal, met stalen bogen en een glazen dak waardoor het daglicht, op een prachtige wijze de duisternis overmeesterd.
Met mijn ov kaart, check ik in. Nog geen idee welk perron ik moet hebben. Mijn benen trillen, ik moet gaan zitten. Ik neem plaats op een houten bankje en laat de bedrijvigheid van het station op me inwerken. Haastig passeren mensen me, zonder dat ze me opmerken. Ik ben gewoon een van de vele reizigers. Niemand lijkt een idee te hebben, hoe belangrijk deze reis voor me is. Hoe bewust ik alles ervan op me laat inwerken. Hoe ik kijk naar wat erom me heen gebeurd.
Met alles wat in me is, overdenk ik de volgende stap die ik moet zetten. Wat mis ik het zorgeloos zijn. Voorheen deed ik dit soort beslissingen zonder vrees. Vertrouwde ik op mijn gevoel. Had ik er het volste vertrouwen in. De juiste trein zou ik niet missen. Door tegenslagen en teleurstellingen, lijkt dat niet zo zeker meer.
Was alles nog maar zoals vroeger. Toen kocht ik gewoon een treinkaartje. Stapte ik in de trein die me naar de juiste bestemming zou brengen. Nu met die stomme chipkaart, kan ik tot op het laatste moment mijn plannen wijzigen. Kan ik vlak voor vertrek nog beslissen; ik neem een andere trein. 

Er rijdt een trein langzaam de stationshal binnen. Direct vraag ik me af of dit de trein is die ik moet nemen? Ik voel de stress in mijn lijf. Ik kan het me niet veroorloven de verkeerde beslissing te nemen. De trein bepaalt mijn bestemming, de reisduur, het uitzicht en de mensen die ik tijdens mijn reis zal ontmoeten. Ik sta op en kijk om me heen. Treinen rijden het station binnen, een ontelbare hoeveelheid. Nog meer stress. Nog meer mogelijkheden om uit te kiezen. Hoe weet ik nu welke trein ik moet nemen. Ik heb geen flauw idee waar ik heen moet. Ik weet ongeveer waar ik heen wil, maar is dat ook passend in het plan. Mag ik zomaar mijn dromen blijven najagen. Ik tol van onzekerheid op mijn benen. Ik heb durf geen keuze te maken.

Terwijl mijn hersenen overuren maken, is hij daar ineens. Hij loopt de stationshal binnen en kijkt me strak aan. Hij is anders dan de andere mensen die in de hal lopen. Hij oogt niet zo gehaast. Zijn uitstraling is anders. Hij loopt recht op me af. Het ratelen in mijn hoofd stop. De stress en spanning vloeien weg. Nog maar een paar meter is hij van me verwijderd. Wanneer hij vlak voor me staat pakt hij mijn hand. Ik kijk diep in zijn ogen. Ik ken hem ergens van, alleen kan ik hem niet plaatsen. Direct voelt het vertrouwt. Hij neemt me aan de hand mee. Ik laat het over me heen komen. Binnen enkele ogenblikken zit ik in een trein. Geen idee wat de bestemming is. Even denk ik aan de mogelijkheid om uit te stappen. Alleen de gedachte al aan beslissingen nemen doet me verlammen.
De trein komt in beweging. Het is goed. Ik laat het over me heen komen. We gaan het zien.

Op deze kerstavond laat ik alle keuzes voor wat ze zijn. We gaan genieten met elkaar. Al is deze treinreis maar een rondrit, ik vind het is best. Al is het een reis met een omweg, prima. Aan ons ligt de keuze er iets van te maken. Er het beste uit te halen. Ik zie uit naar inspiratie, naar nieuwe dromen en verlangens. Naar vonkjes en vlammen. Naar de Gids die mij opnieuw de weg zal wijzen. Naar woorden die zinnen vormen. Die overgaan in verhalen. Die me naar onontdekte gebieden brengen. Ik zie uit, naar het gene er uit mijn pen zal vloeien.
Fijne kerst lieve mensen en op naar een vonkjesrijk 2015

“For last year's words belong to last year's language
And next year's words await another voice.
And to make an end is to make a beginning."

Liefs Priscilla