dinsdag 28 juni 2016

Ruïne van geloof

Temidden van de brokstukken sta ik. De duisternis viel als een deken, een hevige brand verwoeste alles. Puin, ik kijk ernaar en huil. Niets is meer heel, alles is ingestort, niets is meer hetzelfde. Het vuur smeult nog wat na en tussen de resten vind ik een fotoalbum. Met mijn mouw probeer ik het zwarte roet eraf te vegen, voorzichtig sla ik het open. Daar zie ik mezelf staan, parmantig, net na mijn tienertijd. Ik herinner me die periode nog goed, na een jeugd vol tumult, voegde ik me bij de kerk. Het bracht me hoop voor de toekomst, geloof, dat ook in mijn leven ooit de zon zou gaan schijnen. Ik glimlach vanwege die herinnering, ik had niets daarvan willen missen.

Ik wordt misselijk van de geur van verbrand hout, mijn leven is weggevaagd door deze brand. In de puinhoop is nauwelijks te ontdekken wat er ooit van mijn leven was. Ik sta er middenin en besef me dat er twee kanten zijn, die ik op kan gaan. Ik kan weer beginnen met herstellen, opbouwen van alles wat ooit was. Mijn hoopvolle toekomst opnieuw zoeken binnen de veilige muren van de kerk. Opnieuw meegaan in het toneelspel of ik kan het laten voor wat het was. Weglopen en eindelijk werkelijk vrij zijn. Loskomen van een subcultuur die ver af staat van de maatschappij.

Deze keuze valt me zwaar, de angst om weggezet te worden, als teleurgesteld, beschadigt en kritisch, drukt op mijn borst. De toekomst die ik voor me zag, was altijd verweven met kerkelijk succes. Mijn dromen gingen vaak over podium bediening, mensen inspireren doormiddel van getuigenissen en preken. Gedachtes vol twijfel, wat als ik wegloop van dit alles, wat als ik los laat, raak ik dan ook mijn geloof kwijt. Mijn diepgewortelde relatie met de Schepper van mijn wezen?
Mijn verstand zegt blijf, maar mijn hart schreeuwt laat los. Een gevecht in mijn binnenste, tegen elke gedachte in, sta ik op. Ik sta op en loop weg, weg van de smeulende resten, echter lukt het me nauwelijks om niet om te kijken. Voor een moment blijf ik staan, ik wil niet weggaan, ik wil nog steeds hopen dat, daar in die puinhoop mijn veiligheid ligt. Diep in mij klinkt een stem, een vertrouwde stem, heel zacht en liefdevol; "Het is goed, laat maar los, vertrouw Me maar." De tranen stromen over me wangen, want door weg te lopen, laat ik ook een hoop vriendschappen achter, vriendschappen die wie weet ooit nog hersteld konden worden.

Mijn kleding is vies, grijzig zwart, bedekt met as. Het representeert mijn gevoel van rouw, ik moet verwerken dat mijn leven, nooit meer zo zal zijn als ik droomde, ooit in een ver verleden. Maar ik voel een intens gevoel van rust, want ik wil dat niet meer. Ik wil niet meer meedraaien in die molen, van wat ik als onecht heb ervaren. Ik heb maar een verlangen en dat is terug gaan naar het hart van de Vader. Herstel vinden, liefde vinden, acceptatie vinden in Hem, los van religie, los van elke menselijke vorm. Gewoon vrij zijn, en uitdelen vanuit die liefde. Vrede vinden, met mezelf, de strijdbijl begraven, en uiteindelijk genieten van alle vonkjes die het leven mij geeft.

I cannot and will not recant anything, for to go against conscience is neither right nor safe. Here I stand, I can do no other, so help me God. Amen. -Martin Luther

Liefs Pris

Geen opmerkingen:

Een reactie posten